House of Rat

rauw, autonoom, theatraal


5. Moedeloos

Ik ben zenuwachtig. Vandaag ga ik mijn artiesten ophalen om samen naar de Loods te gaan. Ik koop croissantjes, cola, bier en koeken. Voor de lunch.
Ik zet de verwarming vast aan en bereid muziek en licht voor. Aan mij zal het niet liggen.
Dan ga ik naar de opvang. Ik zie Guinevere. Ze zegt: “Ik ben net terug, het was hier verschrikkelijk, zondag brak de hel los. Mensen kregen ruzie, er werd geroepen en geschreeuwd. De politie kwam. Van de honderd vijftig daklozen zijn er nog negentig over, de rest is er uitgezet. Ik ben net terug en kan dus niet mee vanmiddag. Ze hebben trouwens tot drie keer toe je bericht van het bord geveegd.” Moedeloos ga ik zitten. Tanner, een Marokkaanse jongen komt naar me toe: “Zullen we gaan?” “Nee, een volgende keer misschien, maar jij bent de enige vandaag.” “Oh jammer” zegt hij, “dan ga ik een blowtje roken.”
Ik rijd naar de loods, doe de verwarming uit en baal. Neem de croissantjes en breng die naar de opvang. Ze worden gretig in ontvangst genomen.
Ik moet een andere manier van aanpak bedenken.
Na de kerst en oud en nieuw, de hele tijd met de woorden van Johan in mijn hoofd: “Je komt precies op het goede moment, de feestdagen zijn voor de daklozen het ergst”, ga ik hardlopen. Onderweg bedenk ik: ik moet een goede flyer maken, IK ZOEK 7 MENSEN DIE DAKLOOS ZIJN OM MET MIJ EEN THEATERVOORSTELLING TE MAKEN. VOOR HET SPELEN IS ER EEN VERGOEDING. Ik teken een ontwerp. Nu weer aan de slag.